In 2016 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een nieuw wetsvoorstel over orgaandonatie. Met deze wet komt iedereen in het donorregister terecht. Wat betekent dat voor jou? Deze week is het de Donorweek en dus het perfecte moment om dit even toe te lichten.

Lily Lange

Waarom is de wet aan vernieuwing toe?
In 2016 stond zo’n 40% van de bevolking ingeschreven in het donorregister. In dit register wordt genoteerd of je je organen wil doneren,  daar zitten dus ook de mensen bij die juist níét willen doneren. Dat betekent dus dat 60% van de bevolking helemaal niet heeft laten weten of zij wel of niet organen wilden doneren.

Voordat de wet kan worden doorgevoerd moet deze ook nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Die hebben tot nu toe nog geen keuze kunnen maken.

Vorig jaar stonden er 1017 mensen op de wachtlijst voor een orgaan en 119 van hen zijn overleden tijdens het wachten, zo meldt de Nederlandse Transplantatie Stichting. De hoop is dat er met deze wetswijziging meer orgaandonoren zullen komen en er minder mensen doodgaan.

Wat gaat er veranderen?

Bron: donorpas.nl

Op dit moment is het zo dat je alleen in het donorregister staat als je specifiek aangeeft dat je wel of niet wilt doneren. Als je geen van beide hebt aangegeven, sta je ook niet in het register. 

Bij de nieuwe wet zal je op je achttiende een brief ontvangen waarin gevraagd wordt of je wel of niet donor wil zijn. Dan kun je ‘ja’ of ‘nee’ aangeven, maar je kunt er ook voor kiezen om niet te reageren op de brief. In dat geval word je alsnog in het donorregister gezet, maar dan staat er ‘geen bezwaar’ achter jouw naam. Dat betekent dat als jij overlijdt, jouw nabestaanden het oké moeten vinden dat jij je organen afstaat. Op deze manier komt iedere volwassene in Nederland in het donorregister terecht en worden jij (of je nabestaanden) gedwongen om een keuze te maken. Er gaan zo geen organen verloren omdat je gewoon te lui was om op de brief te reageren, terwijl je misschien wel zou willen doneren.  

Good to know: je kan altijd terugkomen op je beslissing. Mocht je toch geen zin meer hebben om een nier af te staan, geen probleem! Je kan je keuze gewoon doorgeven.


Bron: NTS

 

Hoe is het om een orgaan nodig te hebben? Check hier het verhaal van Martijn, die twee niertransplantaties heeft gehad


Hoe en wat kun je allemaal doneren?
Je kan een shitload verschillende organen en weefsels doneren. Zo kun je huid, oogweefsel, botweefsel, grote vaten, je hart, je longen, je lever, je nieren, je alvleesklier en je dunne darm doneren. Ook is het mogelijk om per orgaan aan te geven wat je wel of niet wil doneren. Vind je het bijvoorbeeld prima om je nieren af te staan maar neem je je hart liever mee het in? Dan is dat ook mogelijk.

 

Ook zijn er verschillende vormen van orgaandonatie. Je kunt natuurlijk je organen doneren nadat je bent overleden en bij veel organen kan dat ook niet anders omdat je ze zelf nodig hebt. Maar soms is een orgaandonatie waardevoller als de donor nog leeft.

Zo blijft een nier van een levende donor vijftien tot twintig jaar goed. Terwijl een nier van een overleden donor maar zo’n tien jaar meegaat. Ook kun je een stukje van je lever doneren wanneer je nog leeft. Deze donaties hebben wel invloed op de donor omdat deze verder leeft met een nier minder, of met een kleinere lever. Deze organen groeien niet meer aan nadat ze zijn weggehaald. 

Je kunt ook doneren zonder dat je daar zelf gevolgen van ondervindt. Door bijvoorbeeld bloed of beenmerg af te staan. Dit groeit gewoon weer aan na de afname.

Voor meer informatie over orgaan- en weefseldonatie, check de site van de Nederlandse Transplantatie Stichting.