Wil jij ook zo graag een keer naar de andere kant van de wereld? En dan het liefst met een grote tas op je rug om één groot avontuur aan te gaan? Je bent zeker niet de enige. Uit cijfers van Dik.nl blijkt dat maar liefst 27 procent van alle Nederlandse jongeren tussen de 22 en 30 jaar in de afgelopen vijf jaar langer dan een maand heeft gebackpackt. Dat deden ze niet zomaar ergens; 92 procent daarvan koos een bestemming buiten Europa en de drie populairste landen waren Thailand, Indonesië en – je raadt het al – Australië.

Animatie: Emmely Been, tekst: Indra Jager

Maar bij zo’n rondreis komt nog een hoop kijken. Want welke vaccinaties moet je allemaal halen, wat neem je mee, kan je je Nederlandse bankpas daar gebruiken en is een land als Australië echt zoveel uitdagender dan ons eigen kikkerland? Rens (21) was negentien toen hij samen met een vriend de stoute schoenen aantrok en voor zes weken naar de andere kant van de wereld vloog.

“Ik was geslaagd voor de havo en een vriend en ik wilden samen op reis gaan. Onze ouders wilden één reis voor ons betalen en toen hakten we de knoop door: we boekten tickets naar Australië. We hebben ook nog even getwijfeld over Azië, maar dat voelde toch wat onveilig.”

Voorbereiding

“Van tevoren moesten we een hoop voorbereiden; je moet een visum aanvragen en vaccinaties krijgen. Het visum aanvragen was voor ons nog best een gedoe, want we moesten vanuit onze woonplaats Groningen helemaal naar Amsterdam voor een kort gesprekje. Via een website vroeg ik het visum aan en toen kreeg ik een datum en tijd toebedeeld voor een kort praatje en het laten zien van je paspoort. Ook moesten we best veel vaccinaties halen. Daar was ik niet helemaal op voorbereid; het was ook nog eens een prijzig grapje. Ik heb toen een afspraak gemaakt bij de GGD en zij legden mij alles uit.”

“Het pakken vond ik ook best lastig. Ik had een paklijst opgezocht en nam een shirt, een lange en korte broek, zonnebrandcrème, een camera, een grote backpack, een matje en een kussensloop mee – die kunnen in een hostel kunnen best smerig zijn. Ook vonden we het wel aardig om Nederlandse drop mee te nemen om eventueel aan mensen te kunnen geven.”

“De reis naar Australië was érg lang, maar het was alle moeite waard; ik word nog steeds vrolijk als ik eraan denk. Het eerste wat me opviel was de warmte. Hoewel we in de Nederlandse zomer vlogen en het in Australië dus winter was, overviel de hitte ons echt. We waren ook helemaal gaar van de reis en toen we eenmaal in het hostel waren, hebben we acht uur lang geslapen. Overdag.”

Jetlag

“De jetlag was enorm. We hebben ’s avonds nog een paar biertjes gedaan en een beetje gechillt, maar ik was supermoe. Ik was ook bang dat ik ’s nachts niet kon slapen omdat ik wakker zou worden van andere mensen in het hostel, maar dat was zeker niet zo. Door de jetlag sliep ik als een blok.”

“Van tevoren hadden we een lijstje gemaakt met alles wat we wilden doen. Zo wilden we in Sydney naar het Operahouse en gingen we natuurlijk de outback in. Dat laatste was erg bijzonder. Nederland is natuurlijk redelijk volgebouwd, maar in de outback was er een weg die honderd kilometer rechtdoor ging. Eén busje reist dan drie uur heen en weer terug. Wij gingen toen op wandeltocht door de outback. Met jeeps reden we er doorheen en die zetten ons dan op een punt af waar we een stukje gingen lopen. We hebben daar toen ook in een tentje geslapen.”

“Ik weet nog goed dat we van een dorpje naar het treinstation liftten en we opeens kangoeroes zagen lopen. Dat vond ik zo’n bijzondere ervaring! Op zo’n moment voelt dat ook zo raar; ik was nog nooit buiten Europa geweest en de weken voor zo’n reis leef je echt naar dit soort dingen toe. Je bent er écht weken van tevoren mee bezig.”

Horrorverhalen

“Over Australië hoor je altijd veel horrorverhalen over de dieren, maar alles wat wij hebben gezien is muggen. Het viel ons reuze mee. We hebben ook een surfcursus gedaan en als ik dat aan mensen vertel, zeggen ze vaak: ‘Durfde je dat?!” Bij sommige stranden mag je interdaad niet zwemmen omdat daar haaien of (giftige) kwallen zijn gesignaleerd, maar wij gingen naar een strand dat erg goed in de gaten werd gehouden.”

“Natuurlijk vond ik het in het begin best wel eng – als ik eraan terugdenk, krijg ik nog steeds kippenvel – maar op een gegeven moment denk je niet meer aan wat er onder je kan zwemmen. De surfinstructeur zei ook dat hij nog nooit een ongeval had gehad. Door al die enge verhalen – en wij maakten elkaar ook gek door de dag van tevoren een haaienfilm te kijken – lijkt het net alsof er een haai op jou zit te wachten, maar dat is helemaal niet zo en je moet het gewoon doen. Je gaat ook wel naar Australië voor het avontuur.”

“Wat ik het meest wennen vond, is dat iedereen Engels spreekt met een gek accent. Soms had ik wel drie pogingen nodig voordat ik begreep wat er gezegd werd! Ook moesten we even uitvogelen hoe het werkte met computersystemen. Ik kon bijvoorbeeld niet pinnen met mijn Nederlandse bankpas, dus heeft de vriend die mee was alles met zijn creditcard betaalt. Je hebt in Australië bijvoorbeeld ook geen OV-chipkaart, maar je bestelt je tickets online. Uiteindelijk bleek het allemaal best makkelijk te zijn.”

Terug

“Ik zou graag weer terug willen. Misschien doe ik dat ook wel als ik ben afgestudeerd. Ik vond zes weken alleen wel erg lang, want ik had best wel last van heimwee. Volgende keer ga ik denk ik vier weken. Maar misschien ga ik ook wel op avontuur in een ander land.”