Omslagfoto: liverpoolmuseums.org.uk

Grote kans dat als je de labeltjes van jouw kleding checkt dat er ‘Made in Turkey’ of ‘Made in Bangladesh’ op staat. Wat je niet kan lezen, is dat de garens voor jouw favoriete t-shirt door de handjes van minderjarige Indiase meisjes zijn gemaakt. Indiase meisjes op rolschaatsen welteverstaan.

Lauren Verbrugh

“Rolschaatsen?”, zal je misschien denken. Ja, op rolschaatsen. Niet voor de lol, maar voor de efficiëntie. In de grootste fabriek in katoenverwerking van India, genaamd KPR.Mill, skaten jonge meisjes in het rond om zo snel mogelijk de garens voor ónze kleding te maken. Zij werken meestal zo’n twaalf uur per dag, zes dagen in de week in slechte en onveilige omstandigheden.

Dat klinkt misschien als een ver-van-je-bed-show, maar veel van de winkels waar wij onze kleding kopen, halen hun garens dus van die fabrieken in India. Indirect houden wij zo deze industrie en uitbuiterij in stand. Grote modehuizen als C&A, GAP en Primark doen hier aan mee.

Op rolschaatsen rollen de jonge meisjes door de fabrieken. (Foto: frontline.inc)

Zo’n tachtig procent van de werknemers in de fabrieken is minderjarig, en zestig procent van hen valt ook nog eens onder de zogeheten Dalits. In India heerst er een kastensysteem, dat volgens de wet verboden is, maar in de praktijk nog steeds heerst. Wie in de hoogste kasten verkeert, heeft het meeste aanzien in India en hoe lager je gaat, des te minder geld en kansen je hebt. Dalits behoren tot de kastelozen en worden min of meer gezien als afval. Deze meiden zijn extra kwetsbaar en dus makkelijk om te verleiden te komen werken in de fabriek onder het zogenoemde ‘Simangali’-systeem.

Dit systeem houdt in dat in ruil voor drie jaar werken de meiden ze een bedrag krijgen voor hun bruidsschat. In India moet de familie van de vrouw geld betalen aan de mans familie als zij willen trouwen. Vrouwen worden gezien als minderwaardig in de Indiase cultuur en dit wordt mede in stand gehouden door de bruidsschat. Omdat het als familie een enorme financiële onderneming is om de dochter te laten trouwen, worden er veel abortussen gepleegd bij ongeboren dochters of moorden op jonge meisjes.

Het bedrag, 30.000 rupees (zo’n 500 euro), krijgen ze alleen als ze de volle drie jaar werken bij het bedrijf. Heeft een meisje er na anderhalf jaar geen zin meer in, of zelfs als ze bijvoorbeeld ziek wordt, dan krijgt ze helemaal niks, nada, noppes van dit geld. Hierdoor is werken onder het Simangali-systeem in feite een vorm van afpersing.

De meisjes werken vaak voor hun eigen bruidschat. (Foto: indiamart.com)

De meisjes wonen op het terrein van de fabriek en ze mogen het alleen verlaten onder begeleiding. “Voor de veiligheid van de meisjes.” Ze zien hun familie weinig, maar sturen veel van het geld dat ze verdienen naar huis als extra inkomen. Er is een wettelijk vastgesteld minimumloon voor werknemers in katoenverwerkfabrieken, maar veel van de fabrieken houden zich daar niet aan. De lonen van de meiden liggen dus meestal extreem laag. 

Al jarenlang probeert Landelijke Werkgroep India dit probleem onder de aandacht bij het grote publiek te brengen. Zij brachten verschillende rapporten uit, het laatste in december 2016. Daaruit bleek dat de werkomstandigheden nog steeds een groot probleem zijn. In negen van de tien van alle fabrieken in Zuid-India wordt er nog altijd gebruik gemaakt van dit systeem. De fabriek van KPR.Mill staat in de stad Coimbatore in Zuid-India. Ook hun fabriek maakte jaren gebruik van hun werknemers onder slechte en onveilige omstandigheden. Volgens organisatie SAVE, actief in de textiel provincie van India, zijn zij inmiddels wel gestopt met dit systeem en werken zij aan verbetering van de werkomstandigheden. Maar dit is nog maar een kleine stap in de goede richting.

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.