Martijn is dertig jaar oud en is sinds zijn geboorte nierpatiënt. Daarom heeft hij al twee keer een niertransplantatie gehad. “Mijn nieren werden een soort gatenkaas.”

Lily Lange

Bron: eyeopeningorg

“Vanaf mijn geboorte ben ik eigenlijk al nierpatiënt. Nadat ik geboren werd, heb ik een soort van knikjes in mijn plasbuis gehad waardoor urine zich daar en in mijn, toen nog goede, nieren ophoopte. Dit heeft er te lang gelegen, waardoor mijn eigen nieren werden vergiftigd en afstierven: mijn nieren werden een soort gatenkaas. Hier kwamen de doktoren helaas te laat achter. Vanaf dat moment heb ik zeven jaar lang, vier keer per dag, een buikspoeling moeten doen. Na verloop van tijd werd mijn buikvlies te dun om er nog vloeistof doorheen te spoelen waardoor er infecties in mijn buik kwamen. Toen ben ik aan de dialyse gegaan.”  

Wacht even.. Buikspoeling en dialyse?

Met een operatie wordt in het buikvlies een katheter (een buisje) aangebracht. Zo kan je spoelvloeistof tussen de twee buikvliesmembranen laten lopen. De vloeistof blijft enkele uren in het lichaam en haalt overtollig vocht en afvalstoffen via het buikvlies uit het bloed. Bij een dialyse wordt het bloed gezuiverd en wordt overtollig vocht verwijdert. Dit gebeurt via een kunstnier die aan een dialysemachine is verbonden. Deze behandeling kan zowel thuis als in een dialysecentrum plaatsvinden. Dit gebeurt minimaal drie keer in de week en duurt steeds zo’n vier tot zes uur.

Bron: Michigan Health Lab

“Op mijn zevende kreeg ik dan eindelijk mijn eerste donornier, van een verongelukte 13-jarige jongen. Deze heb ik bij me mogen dragen tot vorig jaar. Je staat na het krijgen van een donornier streng onder controle en de waarden worden goed bijgehouden. Deze waarden zakten door de jaren heen heel langzaam tot mijn nier afgelopen jaar nog maar voor twintig procent functioneerde.”

Ze voelden zich zo machteloos omdat ze hun eigen kind niet eens konden helpen

“Vanaf dat moment gaan ze dan met donors aan de gang, maar ook dat ging niet zonder slag of stoot. Ik heb namelijk bloedgroep O-Positief, waardoor ik alleen een orgaan kan ontvangen van iemand die dat ook heeft. Mijn ouders wilden graag helpen, maar konden dat helaas niet doen. Mijn moeder heeft bloedgroep A en omdat mijn vader hartklachten heeft mag hij sowieso niet doneren. Dit was een vreselijk verdriet voor mijn ouders, ze voelden zich zo machteloos omdat ze hun eigen kind niet eens konden helpen.”

Doodziek

“Het ging steeds slechter en mijn nieren bleven achteruit gaan. Op een gegeven moment had ik nog maar tien procent nierfunctie. Dat wil eigenlijk zeggen dat je jezelf langzaam aan het vergiftigen bent omdat je de afvalstoffen niet meer voldoende kunt afvoeren. Toen kreeg ik om de dag dus een dialyse, deze sessies duurde per stuk vier uur. Je voelt je vreselijk ziek na het dialyseren, vergelijkbaar met een gigantische kater. De dag daarna gaat het dan wat beter, maar goed: de volgende dag moet je alweer. Ik was gewoon elke dag zo ziek als een hond.” 

“Toen hebben mijn broertjes en zusjes ook hun bloedgroep laten nakijken. Helaas bleken ook zij de verkeerde bloedgroep te hebben. Mijn vrouw wilde ook helpen, maar door een nier te doneren zou de kans heel groot zijn op een zwangerschapsvergiftiging. Omdat we een grote kinderwens hadden heeft ze dit niet gedaan. Uiteindelijk heeft mijn oom een nier gedoneerd. Hij heeft zijn bloedgroep laten onderzoeken en jawel! Hij had bloedgroep O-Positief. Hij heeft één van zijn nieren aan mij afgestaan en het gaat hartstikke goed met hem.”

Je kunt wel zeggen dat ons leven door dit alles compleet veranderd is

Bron: madeit.com

“Met mij gaat het ook heel goed. Mijn leven is drastisch veranderd, ik was natuurlijk elke dag ziek en nu heb ik weer energie voor tien! Ook was ik onvruchtbaar verklaard en zou het minimaal twee jaar duren voordat ik weer vruchtbaar zou worden. Nou, dat liep net wat anders want op dit moment is mijn vrouw hoogzwanger. Drie maanden na de transplantatie is ze zwanger geraakt. Je kunt dus wel zeggen dat ons leven door dit alles compleet veranderd is.”

“Zelf ben ik ook donor, ze mogen van mij alles hebben. Misschien moet iemand die geen donor wil zijn zich afvragen of hij/zij dan wel het recht heeft om een orgaan van een ander aan te nemen. Ik vind dat als je zelf geen donor bent dat je dan ook de keus moet maken om geen organen van andere aan te nemen.”