Lekker op de bank tv kijken met een pizza erbij, je zou het zo op Twitter zetten. Onschuldig? Nou, Amerikaanse onderzoekers van de University of Vermont hebben een programma gemaakt, de Lexicocalorimeter, dat gedrag en gezondheid kan meten aan de hand van deze berichten op sociale media. Binnenkort zouden er zelfs depressies kunnen worden geconstateerd via het systeem.

Fleur Smakman

Onderzoek

Amerikaanse pizza-tweets leverden de meeste calorieën op. Als je foto upload met een Italiaanse punt in je hand, neem je daar waarschijnlijk de meeste van op. Het verbranden van die calorieën kwam het meest door tv en series kijken. Maar ook door nagels lakken en bellen helpen hiermee, alles waarvoor je ‘actief’ bezig bent.

Voor het onderzoek gebruikten de onderzoekers 50 miljoen tweets die tussen 2011 en 2012 werden geplaatst. Door middel van de ‘geo-tags’ bepaalden ze uit welke staat de berichten kwamen. Op die manier konden ze per staat beoordelen of veel eten samenging met veel bewegen.

Op de kaart is te zien over welk eten en welke vorm van beweging er het meest wordt getwittert.

Deze manier van meten hoe gezond de bevolking is, is misschien niet het meest betrouwbaar, maar het levert wel zinnige informatie op over de gezondheidstoestand van de bevolking per staat, zeggen onderzoekers. De meter kan natuurlijk ook voor andere termen worden ingezet waardoor ook weer andere dingen gemeten kunnen worden. Misschien kan het wel voorkomen dat mensen depressief worden en zichzelf wat aandoen.

Depressie

Mediapsycholoog Mischa Coster denkt inderdaad dat andere eigenschappen ook onderzocht kunnen worden door social media. “Laatst is er ook een functie gelanceerd door Facebook, waardoor vrienden van een persoon een bericht krijgen als er veel negativiteit wordt geplaatst of geliked,” zegt Coster. “Er is ook uit onderzoek gebleken dat mensen elkaar aansteken. Dit onderzoek is gedaan met obesitas. Het bleek dat vrienden van elkaar op Facebook 25% meer kans hadden om overgewicht te krijgen. Vrienden van vrienden hadden ook zelfs 10% meer kans om overgewicht te krijgen.”

Volgens Coster delen mensen meer positieve dan negatieve dingen: “Over het algemeen willen mensen liever iets positiefs delen. Negatieve of depressieve mensen kun je al snel opsporen doordat ze helemaal niets positiefs plaatsen, die kunnen namelijk niet meer positief denken.”

Twitter- of Facebookberichten plaatsen kan ook therapeutisch werken. “Soms krijgen patiënten die depressief zijn ook de opdracht van hun therapeut om het van zich af te schrijven. Dan verspreiden zij ook veel negatieve dingen op internet, maar is er al hulp.”

Coster denkt niet dat de Lexicocalorimeter helemaal optimaal werkt: “Het is niet representatief voor de hele samenleving. Mensen tweeten misschien meer over ongezond eten dan over gezond eten, gewoon omdat ze dat leuk vinden. Dan krijg je geen goed beeld van hoe gezond of ongezond de bevolking is.” Bovendien twittert niet iedereen. “Twitter wordt zeker niet door iedereen gebruikt, maar door een bepaalde leeftijdscategorie, je kunt het daardoor niet helemaal bepalen,” legt hij uit.