Voor hun stichting In2Afrika zijn Jesse en Vincent Oberdorf op het Afrikaanse continent. Vanuit Ghana en Zimbabwe beschrijven zij aan elkaar wat er bij hen allemaal gebeurt en hoe het dagelijks leven van jongeren er uitziet. Lees hier mee met de verhalen die ze uitwisselen, en check Facebook en Instagram voor meer!

Harare, Zimbabwe

Yo Vin!

Alweer een tijdje geleden dat we geschreven hebben. In Zimbabwe gaat alles goed. Lekker weer en ik ontmoet veel interessante mensen. Laat me je kort vertellen over één van hen. Tiwanee kwam ik tegen toen ik op weg naar huis even bij het Small World Backpackers hostel naar binnen liep. “Wie weet wat daar te beleven valt”, zei mijn gevoel opeens… Op een meisje na was er niemand in de grote eetruimte van het hostel. Nu ben ik natuurlijk de kwaadste niet, dus dan maar een gesprekje met haar. Tiwanee heeft behoorlijk veel van de wereld gezien. Geboren op St. Maarten in de Cariben, verhuisd naar Spanje en via Londen woont ze nu in Malawi. “Vrienden zijn een lodge begonnen in de buurt van Lilongwe, de hoofdstad van Malawi. Ze hadden nog iemand nodig om voor de paarden te zorgen. Ik heb mijn spullen gepakt en woon er nu zes maanden. En ik vind het er geweldig!”

Tiwanee is in Harare om te speuren naar nieuwe paarden voor de lodge. Maar dat gaat niet helemaal soepel. “Mijn contactpersoon hier weigert om te helpen. Hij is vooraf betaald om met me naar verschillende boerderijen te gaan om naar paarden te zoeken, maar hij neemt nauwelijks zijn telefoon op.” Maar er kwam hulp uit onverwachte hoek. “De neef van mijn contactpersoon kreeg door dat ik in de problemen zat. Nu rijdt hij me overal naartoe! Ik geloof dat hij graag wil compenseren voor het gedrag van zijn neef. Wat een lieve man.”

Kumasi, Ghana

Hi Jes,

Zo zie je maar wat die oprechte interesse in mensen je voor mooie ontmoetingen en verhalen kan opleveren. Bijzonder, twee zulke verschillende familieleden. Maar ook die eerste contactpersoon zal een verhaal hebben.

Ik was inderdaad een tijdje van de radar, omdat ik in de Western Region van Ghana was. Hier wordt veel cacao geproduceerd, en ik heb met cacaoboeren gesproken over de problemen die zij hebben met het beschermen van hun land. Nu je er zo over begint, soms kunnen verschillende soorten karakters zelfs heel sterk in één persoon zitten. Op de foto zie je de chauffeur tijdens onze reis naar het Westen, Patterson. Of dat zijn echte naam is weet ik eigenlijk nog steeds niet. Patterson is een bijzondere man, met bijzondere ideeën. Hij lult je de oren van je hoofd, en in het begin had ik een beetje moeite met al zijn grootspraak. Patterson is een echte businessman, want naast chauffeur heeft hij ook een handeltje in motorpakken uit China en een bedrijf dat toeristische excursies organiseert. Hij vindt zichzelf een échte Ghanese man die altijd méér Fufu (een van de meest gegeten gerechten in Ghana, zie foto) op kan dan de rest en die vindt dat zijn vrouw naar hem moet luisteren. Tijdens mijn interviews was hij soms de tolk, en als ik hem niet tegenhield nam hij rustig het hele gesprek over.

In vijf dagen tijd leerde ik Patterson echter langzaam maar zeker kennen als een typisch geval grote mond, klein hartje, als een hele zachte man. Als je wat dieper doorvroeg was hij eigenlijk best ruimdenkend over ‘de rol van de vrouw in een huwelijk’, en tijdens de interviews deed hij eigenlijk gewoon heel erg zijn best om de antwoorden te krijgen waarvan hij dacht dat ik ze graag wilde horen. Niet helemaal wetenschappelijk, maar het gaat om het idee! Op onze laatste avond vertelde hij dat hij eigenlijk echt heel erg van koken houdt, en dat het zijn droom is dat zijn ‘Shito’ (een typisch Ghanese pepersaus) ooit in alle winkels van Ghana ligt. Menig huisvrouw had in ieder geval al het recept, dat hij van zijn moeder heeft geleerd, van hem willen overnemen. Patterson heeft me wederom geleerd hoe belangrijk het is om door je eerste indruk heen te kijken.

 

Harare, Zimbabwe

Yo Vin!!

Haha, typisch geval van grote mond en een klein hartje ja! Misschien niet stoer als je een man bent én van koken houdt? Liefde gaat door de maag dacht ik toch…

Nu we het over hartjes hebben; Gisteren ben ik voor het eerst naar Africa Unity Square gegaan, een plein in het hartje van Harare. Op dit plein begon drie jaar geleden een demonstratie met de naam #OccupyAfricaUnitySquare. Een activist genaamd Itai Dzamara leverde een petitie af bij het parlement, waarin hij president Robert Mugabe vroeg om af te treden. Symbolisch zou hij daarna veertien dagen en nachten op het plein bivakkeren, tot zijn eisen werden ingewilligd. Tot aftreden van Mugabe kwam het niet, maar Dzamara’s actie was wel de aanzet tot een nieuwe golf aan protest!

Vandaag is het rustig op het plein. Als ik op een bankje ga zitten komen er al snel twee mannen naast me zitten. “Hé, ik ben Roy, en dat is Pongo, maar zeg maar Louis, dat is makkelijker.” Roy (in het gele vest) en Pongo (of Louis, wat jij wil) zijn al jaren lang vrienden. Pongo is fotograaf, en werkt al bijna 20 jaar vanaf deze plek! Hij heeft een hoop zien veranderen. “Vroeger was dit het trotse hart van de stad! “Als jonge fotograaf werd ik hier aangesproken door de mensen van Kodak. Zij boden alle fotografen van het plein een gratis cursus aan, drie maanden lang en helemaal voor niets! Of ja, we gingen daarna natuurlijk wel met Kodak film-rolletjes werken…” Er is veel veranderd op het plein. Door een gebrek aan geld komt er als sinds kerstmis geen water meer uit de fontein! Pongo heeft het soms ook moeilijk. “Vandaag stop ik om 17.30 uur, maar morgen (zaterdag) werk ik gewoon weer. En als ik geen geld heb kom ik zelfs op zondag naar hier om te werken. Dan maar een keertje niet naar de kerk!” Uiteraard mag ik een foto van de vrienden maken. Na een kleine aarzeling keurt Pongo hem goed. Mijn dag kan niet meer stuk.

Kumasi, Ghana

Hé Jesse!

Een mooi stel, Roy en Pongo. Het zal vast niet altijd makkelijk zijn als fotograaf in Zimbabwe. Hier in Ghana vind ik foto’s maken in meerdere opzichten nogal een lastig ding. Terwijl bijna alle jonge Ghanezen helemaal gek zijn van selfies, krijg ik in de stad regelmatig commentaar op mijn camera. Sommige Ghanezen, jong én oud, willen maar wat graag op de foto. Een klein jongetje hier in de wijk dat ik ooit (op zijn verzoek) met z’n vriendjes gefotografeerd heb, vraagt al anderhalve maand waar zijn foto blijft als hij me ziet lopen. En ik vertel hem al anderhalve maand dat hij z’n vader’s e-mail adres moet vragen, zodat ik ‘m kan sturen! Komt vast goed…

In diezelfde straat heb ik met een man een tijd geleden een fikse discussie gehad over waarom ik er foto’s aan het maken was. Wanneer je rustig met mensen in gesprek gaat over wat het probleem is, weten ze dat zelf vaak ook niet zo goed. De man vroeg me wat ik ervan zou vinden als hij naar mijn straat zou komen om er foto’s te maken? Toen ik hem vertelde dat ik hem na het fotograferen zou uitnodigen om bij me te eten, moest hij toch een beetje lachen. Maar het blijft een moeilijke discussie! Afgezien van foto’s van personen zou je kunnen zeggen dat de wereld evenveel van iedereen is en dat je dus van elke straat een foto mag maken. Aan de andere kant: wie ben jij om voor iemand aan de andere kant van de wereld te bepalen wat er wél en niet mag op de plek waar híj al zijn hele leven woont? Je hebt in ieder geval een bepaalde verantwoordelijkheid voor de beelden die je maakt, vind je niet?
In de Western Region was ik met een Nederlandse fotograaf die een reportage maakte over de cacaoboeren daar. Voordat we ergens foto’s maakten, werd er altijd aan de lokale chief en de mensen om toestemming gevraagd, nadat er werd uitgelegd waarvoor de foto’s dienden. Dat leek te werken en na wat eerste onwennigheid poseerden de meeste boeren al snel alsof ze niets anders gewend waren. En als toestemming niet werkt, kun je altijd nog aanbieden om een selfie of een Facebook-PF voor ze te maken. Dat werkt eigenlijk altijd. Ooit werd ik met mijn camera midden in Kumasi aangesproken door een jongen die vroeg of ik wat foto’s van hem wilde maken voor zijn Facebook. Toen ik instemde en aanstalten maakte, zei hij dat ie daarvoor toch echt eerst even andere kleren aan moest doen, maar dat we wel een andere dag konden afspreken. Lang leven de PF!