Vandaag stond Rotterdam vol met 150.000 uitzinnige Feyenoord fans. 150.000 uitzinnige Feyenoord-fans. En ik. Of ik een uitzinnige Feyenoord-fan ben? Nee, dat dan weer niet. Het is mijn cluppie, dat zeker, maar ik zou mezelf geen Feyenoorder noemen. Ik vind het leuk als ze winnen, maar het kan me eerlijk gezegd niet echt bezig houden. Waar ik was tijdens het beslissende duel zondagmiddag? Wandelen, ergens bij de Euromast in (jazeker) Rotterdam.

Foto: Björn Risberg

Wat ik mezelf dan wel zou noemen? Rotterdammer. In hart en nieren en al 22 jaar lang. Rotterdam is de stad waar ik geboren en getogen ben. Rotterdam blijft in mijn ogen nog steeds de mooiste stad van Nederland. Rotterdam heeft een speciaal plekje in mijn hart. Ik kom uit Rotterdam, ken je dat niet horen dan?!

En dat feit verklaart waarom ook ik vandaag op de Binnenrotte te vinden was. Daar stond ik, een meisje in haar gele regenjas, in haar eentje volledig uit haar dak te gaan. De liedjes kende ik niet, maar desondanks zong ik uit volle borst mee. 

Ik kan het moeilijk beschrijven wat de overwinning van Feyenoord met mij als Rotterdammer deed. Zoals ik eerder al zei: voetbal doet me over het algemeen weinig. Toch was ik oprecht blij toen Feyenoord met 3-1 van Heracles won. Ik voelde me verbonden en verbroederd met mijn stad en stadsgenoten, iets wat ik al lange tijd niet meer gevoeld heb. En waar bovendien al lange tijd geen reden toe was. Mensen lopen je op straat straal voorbij en een spontane begroeting heb ik ook al lang niet meer gekregen. En dat is denk ik ook precies de reden waarom Rotterdam zó op zijn kop stond vandaag en waarom mensen uit alle uithoeken naar de havenstad toe kwamen: er viel eindelijk weer iets te vieren.

De huldiging gaf me vandaag weer hoop op een verbroederd Rotterdam. Het feit dat de sfeer beide dagen goed bleef vind ik hier ook een bewijs van. Ik vond het in ieder geval een prachtig feestje en zoals ik vanmiddag tegen mijn vriend zei: ik heb me nog zo Rotterdammer gevoeld. Super Feyenoord, you make us happy!