Halverwege september lijkt de komkommertijd weer te veranderen in een nerveuze nieuwsflow in de kranten en op het journaal: Prinsjesdag komt er weer aan. Woorden zoals ‘miljoenennota’ en ‘koffertje’ zorgen ervoor dat politiek Nederland spontaan week in de knietjes wordt en enthousiast op hoedjesjacht gaat. De derde dinsdag in september (beter bekend als Prinsjesdag) lijkt af en toe één groot circus, maar onder die dikke laag paniek en uiterlijk vertoon gaan ook échte serieuze zaken schuil.

Iedere vereniging, school of bedrijf heeft aan het begin van ieder jaar een vergadering waarin ze plannen maken voor het jaar dat voor de deur staat. Een belangrijk onderdeel daarvan is de begroting: dat houd in dat er wordt bekeken hoeveel geld er in de kas zit en waaraan dat dit jaar wordt uitgegeven. Prinsjesdag is de speciale dag voor die begroting, die de regering in de Tweede Kamer bekendmaakt.

Koning Willem Alexander leest elk jaar de Troonrede voor.

Koning Willem Alexander leest elk jaar de Troonrede voor. (Foto: rijksoverheid.nl)

De regering is opgedeeld in verschillende ministeries. Zo zijn er onder andere ministeries voor Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Defensie. Al deze ministeries hebben een eigen plan gemaakt voor het komende jaar en berekend wat het allemaal mag gaan kosten. Veel van deze plannen zijn erg ingewikkeld, en jongeren hebben daar weinig mee te maken. Maar er worden ook besluiten genomen voor scholieren. Een kleine opsomming:

  • Tien profielen voor VMBO’ers
    Misschien heb je er zelf al te maken mee gehad, maar sinds dit schooljaar kunnen VMBO-leerlingen die naar de bovenbouw gaan kiezen uit tien profielen. Deze profielen moeten ervoor zorgen dat ze beter kunnen aansluiten bij hun vervolgopleiding en hun toekomstige werk. Ook is er dan meer ruimte om talenten te ontwikkelen. Een paar van deze nieuwe profielen zijn: maritiem en techniek, economie en ondernemen en media, vormgeving en ICT.
  • 4000 extra docenten
    Het was flink balen toen bekend werd dat de studiefinanciering werd veranderd in een lening. Hierdoor heeft de regering wel ruim een miljard bespaard, dat ze op een nieuwe manier willen uitgeven aan onderwijs. Omdat ze het ook belangrijk vinden dat er in kleinere groepen wordt lesgegeven, stelde minister Bussemaker van onderwijs voor dat dat geld wordt uitgegeven aan vierduizend extra docenten en docent-onderzoekers. Ook willen ze ‘kleinschaliger onderwijs’ invoeren. Dat wil zeggen dat ze kleinere klassen willen, om zo iedere leerling beter te helpen. Dit plan wordt in 2018 uitgevoerd.
  • Meer geld voor arme kinderen
    In Nederland wonen 400.000 arme kinderen, die vaak niet mee kunnen doen met de dingen die andere wel kunnen. Denk bijvoorbeeld aan schoolreisjes, mee naar de film of op een sport zitten. De politiek wil 100 miljoen euro hieraan uitgeven, zodat arme kinderen meer mee kunnen doen met hun leeftijdsgenoten. Een deel van het geld zal ook uitgegeven worden aan schoolboeken.

  • MBO’ers betere aansluiting
    De regering wil ervoor zorgen dat MBO’ers een grotere kans op een goede baan krijgen. Ze willen de opleidingen beter laten aansluiten op toekomstige werk. Voor de periode van 2014 tot 2017 is daar 100 miljoen euro aan subsidie voor gekregen. Ook krijgen MBO’ers een MBO-card. Dat is een soort CJP-pas, maar dan voor MBO’ers. Hiermee krijg je ook allemaal toffe kortingen op culturele uitjes.
  • Cum laude slagen
    Wanneer je je studie met torenhoge cijfers afrond, krijg je op je diploma de woorden ‘cum laude’. Dat betekent ‘met lof’ en wilt zeggen dat je een uitzonderlijke prestatie hebt geleverd. Eigenlijk deden alleen universiteiten en sommige middelbare scholen dat, maar nu wordt er afgesproken dat iedere middelbare school hun leerlingen cum laude mogen laten slagen. Je krijgt dan deze eretitel als je gemiddeld slaagt met een 8,0.