Het zou zomaar eens veel minder aantrekkelijk kunnen worden om te gaan backpacken in Australië. De regering wil een taks instellen. Dit zou betekenen dat toeristen die in Australië gaan werken 15% belasting moeten betalen op iedere dollar die ze verdienen.

Op veel reiswebsites staat Australië op nummer 1 in het lijstje met meest populaire backpack-landen. Niet zo gek, vindt Ellie de Lange, die zelf door het land reisde. “Het is een prachtig land, waar het vaak lekker weer is. Een land waar je oneindig veel dingen kunt doen. De natuur is magisch en je struikelt over de mede-backpackers. En het mooiste van alles: als je er maar geen genoeg van kunt krijgen, zijn er talloze opties om wat extra weken bij te verdienen.”

Jaarlijks komen er zo’n 600.000 backpackers naar Australië. Een groot deel daarvan verlengt zijn verblijf door te gaan werken als bijvoorbeeld fruitplukker of schapenscheerder. Tot grote vreugde van de boeren, die de extra vakantiekrachten goed kunnen gebruiken. Maar de Australische minister van financiën, Scott Morrison, denkt daar anders over.

backpackers

Backpacken is nog altijd errug populair onder jongeren na de middelbare school.

Als je als rugzaktoerist wilt werken in Australië, heb je daarvoor het zogenoemde Working Holiday-visum nodig. Het visum is bedoeld voor reizigers tussen de 18 en 30 jaar die voor maximaal een jaar reizen en werken willen combineren. De kosten voor het visum zijn $390. “Je moet 88 dagen werken voordat je een visum krijgt om langer dan een jaar in Australië te blijven,” legt Ellie uit. “Daarom werkten ook bijna alle backpackers die ik tegen kwam. Ze willen langer blijven.”

Backpackers betalen momenteel pas belasting als ze meer dan 12.000 euro per jaar verdienen. Maar als het aan Scott Morrison ligt, komt daar binnenkort dus verandering in. Hij wil buitenlandse toeristen die als seizoenarbeider in Australië werken, 15% belasting laten betalen over elke dollar die ze verdienen. Omgerekend is $1 zo’n 70 cent, wat betekent dat de seizoenarbeider straks 10 cent belasting betaald. Niet echt een goed idee, denkt Ellie: “Het klinkt natuurlijk een stuk minder aantrekkelijk als je een deel van je geld moet afstaan. Je geld is best veel waard.”

En nou klinkt 15 procent misschien weinig, het is ook al een stuk minder dan de – schrik niet – 32,5 procent uit het eerste voorstel, in 2015. De toerisme- en landbouwindustrie protesteerde destijds, want zij zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de seizoenarbeider. Ze waren bang dat backpackers het land zouden mijden vanwege de toeristenbelasting. Daar hoeven ze volgens Ellie niet bang voor te zijn: “Er zal wel gezeurd worden, mensen zullen niet blij zijn met de taks. Maar je zult wel moeten werken als je in Australië wilt blijven.” Gelukkig is het werk geen straf. “Het is een ervaring, je doet iets wat je niet snel nog een keer gaat doen. En vaak werk je met veel andere backpackers en is het gewoon een hele gezellige tijd,” vertelt Ellie.

schaap

Je kan je visum verlengen door bijvoorbeeld schapen te scheren.

Om de tegenstanders tegemoet te komen, verlaagde Morrison de kosten voor het werkvisum al eerder van $440 naar $390. Of dat genoeg is om het wetsvoorstel er toch te laten komen, is nog maar de vraag. Het voorstel moet eerst nog goedgekeurd worden door de Senaat. Maar de meerderheid van de Senaat, vertegenwoordigd door de partij de Labor, vindt 15 procent nog te hoog. Dat kan nog wel eens voor problemen gaan zorgen voor Morrison.

Ondertussen ziet Ellie het voor zowel de boeren als de backpackers zonnig in. “Het is misschien vervelend, maar als je als backpacker langer wilt blijven, heb je weinig keuze volgens mij.” Lachend: “Of je moet natuurlijk verliefd worden en trouwen met iemand uit Australië.”