“Ik ben bang voor wiskunde, dat heb ik geërfd.” Een beter excuus heb je niet nodig om onvoldoendes te halen, toch? Een onderzoek uit Engeland wijst uit dat je genen voor een groot deel kunnen bepalen hoe nerveus jij bent voor wiskundige opdrachten, maar ook voor inzicht en meetkunde. 

Rosalie Schraven

Met dit onderzoek wilden de uitvoerders bewijzen dat ‘slecht zijn’ in wiskunde niet altijd te maken heeft met de vaardigheid, maar dat het ook andere oorzaken kan hebben. Als er dus inderdaad sprake is van een ‘angst voor wiskunde’-gen, dan is dit ook te herkennen in iemands DNA. De onderzoekers denken dat deze leerlingen zo al op jonge leeftijd goede begeleiding kunnen krijgen.

Betere cijfers

Heel leuk, maar door dat gen kun je geen betere cijfers halen. Stress jij hem of je aan het eind van het jaar wel voldoende staat voor wiskunde? Wiskunde leuk vinden is misschien wel net zo handig als bijles. Uit een eerder onderzoek bleek namelijk dat je beter bent in wiskunde als je het leuk vindt. Plezier en trots zijn volgens dit onderzoek belangrijker voor je rapportcijfer dan intelligentie of je sociale achtergrond. Dit blijkt uit vijf jaar lang onderzoek op 3.425 middelbare scholen in Duitsland. Het idee dat je gevoelens te maken hebben met de cijfers die je haalt, is niet nieuw, maar er zijn tot nu toe niet zo veel langdurige onderzoeken naar geweest.

Een beetje handig zijn met rekenen is wel fijn, wil je deze situaties voorkomen.